Onderzoek naar het recht op bijstand: speuren in openbare bronnen

Bij onderzoek naar het recht op bijstand mogen ambtenaren gebruik maken van open bronnen, zoals het dark web. Dat staat in de Handreiking Internetonderzoek.

Onderzoek naar het recht op bijstand

Gemeenten doen onderzoek naar het recht op bijstand van hun inwoners vaak via open bronnen op internet, zoals Marktplaats.nl en Facebook. In de Participatiewet is behoorlijk wat ruimte om bijstandsfraude op te sporen en te controleren of bijstandsaanvragers en -ontvangers zich aan de wet houden. Een gegrond vermoeden van fraude of misbruik is bijvoorbeeld niet nodig. Er zijn wel beperkingen bij dit onderzoek naar het recht op bijstand. De VNG heeft een Handreiking Internetonderzoek opgesteld, dat enige houvast moet bieden.


Handreiking Internetonderzoek

In de Handreiking Internetonderzoek staat dat ambtenaren op het dark web mogen speuren naar informatie om de gegevens van bijstandsontvangers te controleren. Het dark web is namelijk een open bron. En open bronnen mogen worden geraadpleegd. Maar ambtenaren mogen niet onder een schuilnaam in contact treden met de burgers.

Wat is een open bron?

Tot een open bron kan iedereen toegang toe krijgen. Tot de open bronnen behoren het internet dat via zoekmachines te vinden is, maar ook wat níet met zoekmachines te vinden is, zoals het deep web en het dark web (waar de informatie staat die niet is geïndexeerd en dus niet is te vinden met zoekmachines). Bij websites als Facebook, moet je inloggen. Die websites gelden als open bronnen wanneer het verkrijgen van een account een (semi-)geautomatiseerd proces is en er geen groepen worden uitgesloten van registratie. Maar de informatie waarvoor een Facebook-gebruiker toestemming moet geven om het te zien, bijvoorbeeld door een vriendschapsverzoek te accepteren, is een afgeschermde bron. Ook informatie die verkrijgbaar is na betaling, zonder nadere (toegangs)controle zijn open bronnen. Te denken valt aan de gegevens van de Kamer van Koophandel.

Schuilnaam

Ambtenaren zullen in de meeste gevallen niet hun privé-accounts gebruiken voor onderzoek. Ze zullen zich dus op andere wijze moeten te registreren. Maar ze mogen de betrokken burger niet misleiden. Het gebruik van een schuil­naam is niet toegestaan. Ook mag de ambtenaar alleen die gegevens verzamelen die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand van de betrokken burger.

Privacy-inbreuk

Hoewel het internet vragen oproept en ons vaak waakzaam maakt voor inbreuk op iemands privacy, is het niet zo dat de inmenging ingrijpender is dan met de meer traditionele onderzoeksmiddelen. Het
openbronnenonderzoek is niet ingrijpender dat het opvragen van gegevens bij derden, het huisbezoek of het buurtonderzoek. Ook zal de privacy-inbreuk bij het doorzoeken van bijvoorbeeld de advertenties op verkoopsites, in de meeste gevallen minder ingrijpend zijn dan het opvragen van allerhande rekeningafschriften. Duidelijk is dat ambtenaren mensen niet mogen misleiden. Het zich weerhouden van enige mate van interactie en het
online bewegen in privémodus of anonieme modus vormen daarbij de grootste punten van aandacht.

onderzoek naar het recht op bijstand

Zorgvuldig en terughoudend

Internetonderzoek mag, zoals het zorgvuldig en met de nodige terughoudendheid wordt inzet. Onderzoek naar het recht op bijstand via internet blijft een efficiënt en onmisbaar onderdeel van de controlemiddelen op de naleving van
de Participatiewet.

Bronnen: Binnenlands Bestuur, VNG

close

Wil je het laatste nieuws van Bijstandsblues.nl ontvangen? Meld je dan hieronder aan.

close

Wil je het laatste nieuws van Bijstandsblues.nl ontvangen? Meld je dan hieronder aan.

Deel dit bericht:

Plaats een reactie